Tijdens mijn studententijd in Groningen kwam ik redelijk vaak in het Holland Casino en in gokhallen. Meestal voordat ik opstap gingen we even naar binnen om te kijken of ik en m’n vrienden het budget voor die avond wat konden vergroten en omdat we wisten dat in de gokhallen regelmatig gratis hapjes werden uitgedeeld. En welke student houdt er nou niet van gratis eten! Roulette en Blackjack waren m’n favorieten. De gokkasten vond ik persoonlijk niets. Ik had altijd het gevoel dat ik iets fout deed want ik won nooit wat  met die dingen. 

Maar ook aan gokkasten heb ik leuke herinneringen. In mijn kindertijd spekte ze regelmatig m’n zakgeld. Dat zat zo, overal waar m’n broer en ik zo’n ding zagen staan was het rennen wie er als eerste bij was om te voelen in de bak en eronder en erachter te kijken, op zoek naar verloren munten: guldens, rijksdaalders en de felbegeerde goudkleurige vijf gulden munt. Je zal verbaasd staan hoe vaak we iets vonden, althans, in m’n herinneringen. 

Ik woon al meer dan 15 jaar niet meer in Nederland, dus weet niet of het nog steeds zo is, maar toen stonden gokkasten overal: bij de snackbar, de chinees en in de kroeg. Terugkijkend vraag ik me af wanneer ik me realiseerde dat er een stigma zit op gokken. Was dat altijd al zo? Of is het veranderd over de jaren? Daar wou ik me eens in verdiepen, dus daarom een column over stigma. 

Wat is dat, stigma? 

Over het algemeen weet men wel wat stigma is. Het fenomeen dat we iets als groep minderwaardig vinden. Een gedeelde negatieve houding ten opzichte van iets of iemand. Het komt van het Griekse woord voor ‘gemarkeerd’ en verwijst naar het herkenbaar maken van mensen die de maatschappij moreel verafschuwd zoals slaven en criminelen. 

Nu zijn er veel zaken die door één of meer personen verafschuwd worden, maar dat maakt het nog niet dat er sprake is van stigma. Het gaat er namelijk ook om of je denkt dat anderen het ook als negatief zien. Om te bepalen of ergens een stigma op rust, kan je het volgende gedachte experiment doen. Stel je bent op een verjaardagsfeestje waar je niet iedereen kent en er is een groepsgesprek gaande. Welk onderwerp, of specifiek gedrag zou je dan niet zomaar delen? Voel je weerstand bij een onderwerp, dan rust er waarschijnlijk een stigma op. Voorbeeld: Gisteren heb ik €50 uitgegeven in de bioscoop. Gisteren heb ik €50 uitgegeven in het Holland Casino. Gisteren heb €50 uitgegeven in een online casino op m’n smartphone. Voel je een verschil tussen deze voorbeelden? Voor mij voel ik weerstand bij die laatste. Zelfde doel, hetzelfde bedrag, maar iets is er anders. Jij ook? 

Het was niet altijd zo

Op m’n 14e had ik het stomme idee om te gaan roken. Daar werd toen niet zo moeilijk over gedaan en ik kon overal zonder problemen tabak kopen. En we rookten overal, ‘s ochtend in de ochtendspits in de trein op weg van Assen naar de middelbare school in Groningen. We stonken allemaal, ook de niet-rokers. Het was de normaalste zaak van de wereld. Kan je je nu moeilijk voorstellen. In één generatie van doodnormaal naar onfatsoenlijk. 

Met alcohol begon ik nog eerder. Op m’n 13 was ik al eens stom dronken. Niks geen stigma, toen niet en nog steeds niet. Terwijl alcohol ook heel slecht voor je gezondheid is en de gevolgen de Nederlandse maatschappij enkele miljarden per jaar kost en het veel leed veroorzaakt. Maar een verhaal vertellen over die keer dat je dronken was, wordt goed om gelachen en lokt doorgaans meer sterke verhalen uit. Het ironische is dat op alcohol vrij juist wel een stigma lijkt te zitten, tenminste, 20 jaar geleden wel. Bestelde je alcoholvrij dan vond men dat maar ongezellig en alleen diegene die moest rijden had een geldig excuus. 

Wat ik probeer te laten zien is dat stigma verandert en dat een stigma niets zegt over hoe schadelijk iets is, of de negatieve gevolgen. 

Wat we van alcoholvrij bier kunnen leren

De nieuwe generatie drinkt veel minder alcohol. In mijn tijd dronk vrijwel iedereen. Er zat geen stigma op het product, niet op de consument, niet op de producent noch de leverancier. Ook dronken zijn of een kater hebben was geen probleem, mits je verder geen schade had veroorzaakt. Of je nou bier, wijn, of sterke drank koos. Het enige waar wellicht een stigma op zat was de alcoholist. Maar zelfs dat verschoof. Een alcoholprobleem wijten we niet enkel aan de persoon maar we zijn sympathiek voor de omstandigheden. We kunnen ons tal van redenen bedenken waarom iemand verleid wordt om aan de drank te gaan. De emotie is vaak meer medelijden dan afgunst. 

Maar dat ging niet zomaar. Daar zijn jarenlang SIRE campagnes aan voorafgegaan, voorlichting op school en alcoholbeleid in de kantine. Dat kon want er was geen schaamte en geen angst dat als we er open en eerlijk over zouden praten, het zou leiden tot meer consumptie. 

Maar begint een gesprek over gokken, dan hebben de meeste mensen als eerste een negatieve connotatie. Dat is wat het woord bij mensen oproept. Het stigma rust voor mijn gevoel op gokken, want breng je nuance in het gesprek, dan ziet iedereen een verschil tussen een loterij en een online gokkast , of tussen een weddenschap op een sportwedstrijd tegenover 50 krasloten kopen. De nuance is er, maar toch is er wel vaak een snel oordeel. Ik denk dat dat komt omdat ‘gokken’ als onderwerp en activiteit in korte tijd een hele snelle evolutie doorgaan. Voor alcoholische producten was de enige innovatie die ik me kan herinneren in de laatste 40 jaar de breezer en de thuistap. In contrast met gokken dat opeens online ging, en toen opeens live gestreamd kon worden en toen kon dat opeens allemaal op je telefoon overal en altijd. Dat gebeurde in een tijdsbestek van zo’n 20 jaar. 

Dat alcoholvrije biertje was ook ooit eens een innovatie. Het eerste commerciële alcoholvrij bier komt trouwens uit Nederland, geproduceerd in Amersfoort door de Phoenix Brouwerij in 1918. Maar het succes van alcoholvrij liet lang op zich wachten. Zeker in Nederland, door het Buckler effect, bleef alcoholvrij altijd een beetje zielig terwijl alcohol juist stoer en gezellig was, denk aan alle reclames. Nu vraag ik me af of gokken ook door zo’n evolutie zal gaan. Er wordt al geëxperimenteerd met producten die ‘minder gokken’ zijn. Ook wordt gokken aan steeds meer dingen toegevoegd, wat ‘gamblification’ wordt genoemd. Nu is dat nog een beetje zielig, net als dat alcoholvrije biertje ooit. 

Hoe een kansspel met een lager risico maar een zelfde soort appeal er dan uit zou moeten zien weet ik niet, daar moet mee geëxperimenteerd worden. Maar misschien is het niet alleen het product maar ook de business eromheen die evolueert. Zie bijvoorbeeld Las Vegas, het gokwalhalla, verandert ook. In de jaren 80 kwam meer dan 60% van de omzet uit gokken, nu is dat minder dan 40% en maken veel andere entertainment producten deel uit van de mix: gastronomie, shows, pretparken, architectuur, shopping. Het imago van Sin City veranderde van vice naar entertainment. Maar let op, het verdwijnt nooit helemaal, en dat is een belangrijk punt, het verschuift. 

Het nut van stigma

Er is een boel interessante literatuur over stigma en je kan er diep in duiken. Heb ik ook gedaan voor m’n onderzoek voor deze column. Ik maakte een hele analyse van de verschillende soorten stigma, zo onderscheidt de literatuur drie typen: eigen, publiek en structureel. En dat kan je per stakeholder definiëren, waar het vandaan komt en hoe het verandert. Heel interessant, maar de meest interessante vraag vind ik is, of stigma nuttig is? Stigma leidt tot vooroordelen en dat is ongewenst. Maar een stigma is niet altijd onterecht. Het is gedragbepalend en soms is dat precies wat we willen. 

Ik zou het stigma omtrent gokken graag zien evolueren en ik denk dat dat onvermijdelijk is. Maar gokken is niet één product en er is ook niet maar één soort gedrag. Naar mijn mening is er één gedrag en product dat overal bovenuit steekt en waar het stigma meer terecht is dan op andere producten, en dat is de videoslot. De geschiedenis van de videoslot, de digitale gokkast, is hier heel tekenend voor. Die is namelijk voortgekomen uit decennia lang optimalisatie wat in de industrie ‘time on device’ heet, of wel hoe lang iemand doorspeelt. Het spel is ontworpen om te hypnotiseren, om de speler in een roes te brengen en alle rationaliteit uit te schakelen door het gevoel te geven van bijna winnen. Het haalt alle psychologische trucjes uit de kast om dat te doen. Je kan een speler die verslaafd wordt het dan ook niet kwalijk nemen want het spel is ontworpen om dat effect te hebben. 

Hier houdt dan ook de vergelijking met drank op. Waar je bij drank dat wat schadelijk is eruit kan halen, is dat bij een videoslot onmogelijk. De smaak van bier wordt niet alleen door alcohol bepaald, maar bij een videoslot is ‘de smaak’ de dopamine. Dat wat het aantrekkelijk maakt is hetzelfde wat het ook schadelijk maakt. Haal je dat eruit, dan heb je geen product meer dat de consument wil. De ‘maak een 0% versie’ gaat hier niet op. Het blijft daarom met afstand het kansspel met het hoogste risico.

De gokkast is ook niet toevallig de ‘melkkoe’ van de industrie en dat aanbieders zich zelf op dit gebied gaan beperken door het niet, of minder, aan te bieden, is dan ook onwaarschijnlijk. Zeker zolang er vraag is. Maar wellicht kan hier stigma helpen. Als het algemene stigma rondom gokken verplaatst naar een specifiek stigma. In plaats van dat het stigma ligt op de persoon en de activiteit denk ik dat het door een eerlijk gesprek zal verplaatsen naar één bepaald product en hoe dat product is ontworpen. Met als gevolg dat, denk ik, het gesprek rondom gokken ook anders gevoerd zal worden en iemand met een gokprobleem eerder hulp zoekt, omdat er minder schaamte is.

Niets om je voor te schamen

Door mijn opvoeding en de tijd waarin ik opgroeide kijk ik op mijn manier naar gokken. En omdat iedereen een ander leven heeft, ziet iedereen het dus ook anders. Het leven is een gok, kansspelen horen er bij en ik denk dat het niet goed is om mensen hun vrijheid te ontnemen om voor zichzelf te ervaren, en uit te vinden, wat iets is en hoe ze er over denken. 

Het gaat er daarom wat mij betreft niet om of gokken goed of slecht is, maar om hoe een eerlijk en goed product eruit ziet en een eerlijke en transparante exploitatie, zodat niemand wordt misleid, verleid en uitgebuit. Hoe dit kan en of dat ook het geval is, kan de speler het beste beantwoorden. Daarom schreef ik in een eerdere column al dat spelers van zich moeten laten horen en deel uit moeten gaan maken van het gesprek. En dat aanbieders eerlijk moeten zijn en zichzelf een limiet op moeten leggen. 

Deze column is wat langer geworden dan ik me had voorgenomen. En dan heb ik nog steeds niet eens alles kunnen vertellen dat ik graag zou willen. Want stigma verschilt ook per cultuur. Wij kijken er in Nederland heel anders tegenaan dan in andere landen. Daarom kijken we in de volgende column naar gokken door een oranje bril, en hoe de kansspelwereld eruit ziet als we die oranje bril afzetten. 

Dank voor het lezen!

Gerelateerde artikelen

Wie bepaalt hoeveel jij mag verliezen?

Kalender
Wie zou moeten bepalen hoeveel jij mag verliezen? Jij zelf, de wetgever of de aanbieder? In Nederland bepaalt de wetgever de grens. In veel andere landen bepalen spelers zelf hun limiet. Maar er is één aanbieder die besloten heeft zichzelf een grens op te leggen. En met uitstekende bedrijfsresultaten! Dit verhaal laat zien dat het ook anders kan.
Lezen

De speler verdwijnt uit beeld terwijl illegale casino’s groeien

Kalender
Het debat over online gokken gaat al jaren over dezelfde onderwerpen. Reclame moet verder beperkt worden. Speellimieten moeten strenger. Affiliates liggen onder vuur. Politici willen harder ingrijpen. Maar één groep hoor je zelden echt aan het woord: de speler zelf.
Lezen

Speel jij voor fun en verantwoord? Dan moet je van je laten horen!

Kalender
Speel jij voor je plezier, zonder dat het uit de hand loopt? Dan hoor je bij de grootste groep spelers. En juist die groep zit nooit aan tafel als het over gokken gaat. Er wordt over je beslist terwijl je er zelf niet bij bent.
Lezen
back to top of page