Reden van de sanctie
De Kansspelautoriteit (Ksa) heeft op 14 november 2023 een Betent boete van € 3.000.000 opgelegd aan Betent B.V., het bedrijf dat in Nederland online kansspelen aanbiedt onder de merknaam BetCity. Betent is vergunninghouder voor het organiseren van kansspelen op afstand op grond van artikel 31a, eerste lid, van de Wet op de kansspelen en is daarmee een instelling in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
Als vergunde kansspelaanbieder vervult Betent een poortwachtersrol. Dat betekent dat het bedrijf moet helpen voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor witwassen of terrorismefinanciering. Een kernonderdeel daarvan is het cliëntenonderzoek, het monitoren van transacties, het toetsen of spelers passen bij hun risicoprofiel, het onderzoeken van de bron van de middelen bij hoge verliezen, en het zo spoedig mogelijk melden van ongebruikelijke transacties bij de Financiële inlichtingen eenheid (FIU). De Ksa constateerde dat Betent deze verplichtingen in de periode van 8 december 2022 tot en met 1 mei 2023 herhaaldelijk niet naleefde.
De sanctie: boete € 3.000.000
De aanleiding voor de boete ligt in een eerdere waarschuwing. Al op 8 september 2022 gaf de Ksa aan Betent een aanwijzing op grond van artikel 28 van de Wwft. Daarin kreeg het bedrijf drie maanden de tijd om twee gedragslijnen op te volgen: het navolgbaar maken van de risicoanalyse in het cliëntenonderzoek (met scherpere transactiemonitoring bij spelers met hoge nettoverliezen) en het zo snel mogelijk melden van ongebruikelijke transacties bij de FIU, in de praktijk binnen veertien dagen.
Om te controleren of Betent die aanwijzing had opgevolgd, vroeg de Ksa dertig lopende cliëntenonderzoeken op en toetste daarnaast zeven afgesloten dossiers. Ook brachten toezichthouders op 18 april 2023 een bezoek aan het bedrijf. De uitkomst was negatief. In het onderzoeksrapport van 30 mei 2023 stelden de toezichthouders vast dat achtentwintig van de dertig getoetste lopende cliëntenonderzoeken onvoldoende waren uitgevoerd. In veel gevallen werd het cliëntenonderzoek pas laat gestart, nadat spelers al grote bedragen hadden gestort of verloren, en werd de bron van de middelen niet of onvoldoende onderzocht terwijl daar wel reden voor was. In twee dossiers ging het zelfs om een klant bij wie de Ksa eerder al had gewezen op tekortkomingen.
Ook de meldingsplicht schoot volgens de Ksa tekort. Uit het onderzoek bleek dat in veertien van de dertig onderzochte dossiers in totaal drieënvijftig transacties ten onrechte niet bij de FIU waren gemeld. Daarnaast had Betent in vier van de zeven afgesloten cliëntenonderzoeken nagelaten te melden bij beëindiging van de relatie, terwijl er indicaties van witwassen waren.
Op grond hiervan stelde de Ksa vast dat Betent artikel 3, tweede lid, onder d, artikel 3, achtste lid, en artikel 16, eerste en vierde lid, van de Wwft meermaals had overtreden. De autoriteit koos bewust voor een bestuurlijke boete in plaats van opnieuw een aanwijzing of een last onder dwangsom, er was al een aanwijzing gegeven die geen of onvoldoende effect had opgeleverd. Op grond van artikel 30 van de Wwft is de Ksa bevoegd hiervoor een boete op te leggen.
De hoogte werd als volgt bepaald. Overtreding van artikel 3 en artikel 16 van de Wwft valt onder categorie 3 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, met een basisbedrag van € 2.000.000. Vanwege de ernst van de overtredingen verhoogde de Ksa dit bedrag met 25 procent, en vanwege de verwijtbaarheid met nog eens 25 procent. Die verwijtbaarheid woog zwaar omdat Betent voor dezelfde overtredingen al eerder was gewaarschuwd. Samen leidde dat tot een totale Betent boete van € 3.000.000.
Reactie van Betent
Betent bracht een zienswijze naar voren en voerde in de kern vier punten aan. Primair stelde het bedrijf dat het wél had voldaan aan de eerste gedragslijn. Subsidiair vond Betent die gedragslijn onduidelijk, wat volgens het bedrijf in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. Verder stelde Betent dat het niet melden van transacties werd veroorzaakt door een softwarefout, waardoor enkele transacties boven € 15.000 niet op de meldlijst kwamen. Tot slot wees het bedrijf erop dat het maatregelen ter verbetering had genomen.
De Ksa verwierp alle argumenten. Uit het onderzoek bleek juist dat de eerste gedragslijn niet was nageleefd en dat het cliëntenonderzoek gebrekkig of niet navolgbaar was. Het verwijt van onduidelijkheid vond de autoriteit ongeloofwaardig, mede omdat Betent tijdens de hoorzitting geen enkele concrete bevinding kon aanwijzen die het gevolg was van die gestelde onduidelijkheid. De softwarefout deed volgens de Ksa niet ter zake: het bedrijf is zelf verantwoordelijk voor zijn systemen, had de fout zelf moeten ontdekken, en bovendien konden een vereiste subjectieve melding en de overtredingen van artikel 16, vierde lid, niet aan software worden geweten. De getroffen verbetermaatregelen zag de Ksa niet als verzachtende omstandigheid, omdat die de vastgestelde tekortkomingen niet hadden voorkomen. Dat Betent de schuld deels bij de toezichthouder probeerde te leggen, rekende de Ksa het bedrijf juist extra aan.
Juridisch vervolg
De gebeurtenissen verliepen chronologisch als volgt. Op 8 september 2022 kreeg Betent de aanwijzing. In de controleperiode van 8 december 2022 tot en met 1 mei 2023 stelde de Ksa de overtredingen vast, met een bedrijfsbezoek op 18 april 2023. Het onderzoeksrapport dateert van 30 mei 2023 en werd op 16 juni 2023 verzonden. Betent kreeg bij brief van 7 augustus 2023 gelegenheid tot een zienswijze, die het op 14 september 2023 tijdens een hoorzitting gaf; op 25 september 2023 reageerde het bedrijf nog op het hoorverslag.
Vervolgens nam de raad van bestuur van de Ksa, onder voorzitterschap van drs. René J.P. Jansen, op 14 november 2023 het definitieve boetebesluit. Het besluit werd op 15 november 2023 verzonden. Daarmee ging een bezwaartermijn van zes weken lopen: belanghebbenden konden binnen die termijn een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Ksa, en bij spoedeisend belang een voorlopige voorziening vragen bij de rechtbank Rotterdam.
Betent heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Er is geen bezwaar ingediend en de zaak is dus ook niet voorgelegd aan de bestuursrechter. Op 9 juli 2024 bevestigde de Kansspelautoriteit dat Betent geen bezwaar had gemaakt tegen het besluit.
Huidige situatie
Doordat Betent geen bezwaar heeft ingesteld en de bezwaartermijn ongebruikt is verstreken, is het boetebesluit onherroepelijk geworden. Er loopt geen bezwaar- of beroepsprocedure en er is geen rechterlijke uitspraak in deze zaak. De Betent boete van € 3 miljoen staat daarmee definitief vast en de kwestie rond het cliëntenonderzoek van BetCity is juridisch afgerond.